Hondenpoep, foutparkeerders, geluidsoverlast – de meldingen die dagelijks bij de gemeente binnenkomen zijn divers. Maar wat zijn nu de dingen waaraan inwoners van Bergen op Zoom zich structureel storen? Is het inderdaad de hoeveelheid hondenpoep op straat of vinden zij overlast door hangjongeren eigenlijk erger? Om dat te peilen, nam het college een motie aan om te starten met het project Rent-a-BOA.

“We wilden even pas op de plaats maken”, vertelt Erwin Eggermont, projectleider van de gemeente Bergen op Zoom. “Meer dan alleen afgaan op ad hoc-meldingen. Doen we eigenlijk wel wat de inwoners van ons verwachten? Klopt ons prioriteitenlijstje wel? Tegelijkertijd biedt deze pilot ons de kans om aan inwoners uit te leggen wat boa’s wel en niet mogen. We merken dat dit nog weleens onduidelijk is. Vooral omdat we regelmatig meldingen krijgen waarmee we niks kunnen, omdat het onder de bevoegdheid van de politie valt. De inwoners zijn dus aan zet. Wat speelt er in de wijk? Wat moet nu écht eens worden opgelost?”

MELDEN EN SAMENWERKEN
Zo werkt Rent-a-BOA: op drie pilotdagen – verspreid over een halfjaar – gaan alle beschikbare boa’s de wijk in. Vergezeld door wijkagenten die de buurt ook goed kennen. Vanaf een week voor zo’n pilotdag kunnen inwoners een melding doen via de BuitenBeter-app of via een formulier op de website van de gemeente. Net zoals normaal, maar nu met als opmerking dat het ten behoeve van Rent-a-BOA is. “En ze kunnen nu melding doen van structurele klachten. Ze hoeven er niet op dát moment last van te hebben’, legt Eggermont uit. “Van een hoge heg bij de buren tot overlast door hangjongeren.”

“Ze kunnen melding doen van structurele klachten, ze hoeven er niet op dát moment last van te hebben.”
Het prioriteitenlijstje van de gemeente blijft op deze pilotdagen even thuis. De boa’s en wijkagenten gaan alle meldingen af en spreken met buurtbewoners. Omdat ze samen zijn, kunnen ze ook de zogeheten ‘grijze’ kwesties afhandelen: meldingen waarbij niet helemaal duidelijk is of ze onder de bevoegdheid van gemeente of politie vallen. 

KLACHTEN AANHOREN EN GESPREKKEN VOEREN
De eerste pilotdag is inmiddels een feit. Op 25 juni gingen boa’s en wijkagenten van twee uur ’s middags tot tien uur ’s avonds op pad. De oproep om meldingen te doen leverde 24 reacties op. Wat opviel was dat inwoners vooral gecombineerde klachten hebben. Bijvoorbeeld overlast door hangjongeren die afval dumpen. “Maar het meest waardevol waren de gesprekken met buurtbewoners”, vindt Eggermont.

Zo spraken de boa’s met iemand die melding had gedaan van geluidsoverlast door de hond van de buurman. “Ze vroegen aan die buurman zelf meteen of hij wist dat zijn hond voor overlast zorgde. Dat bleek niet zo te zijn en hij was blij hierover geïnformeerd te worden. Onze boa’s gaven meerdere inwoners als advies mee om eerst met elkaar in gesprek te gaan. Soms is iemand zich niet bewust van de overlast die hij anderen bezorgt en kun je het samen oplossen. Dat is een heel nuttig resultaat. Niet alleen is het de beste manier om zulke problemen op te lossen, het verkleint ook de kans dat de kwestie bij ons belandt. En dat is fijn, gezien onze beperkte capaciteit.”
Via de lokale krant, de website en de Facebookpagina van de gemeente houdt de gemeente haar inwoners op de hoogte van de vorderingen van de pilot. Ook vinden inwoners daar meer informatie over de bevoegdheden van boa’s. Tijdens de pilotdag was er bovendien een persmoment, waardoor lokale omroepen aandacht aan de pilot gaven.

AANPAKKEN EN EVALUEREN
Ook de samenwerking tussen politie en gemeente kreeg op de pilotdag meteen al een boost. Eén van de meldingen bleek inderdaad een ‘grijze’. “Het ging over drugsoverlast, in principe een politiekwestie. Maar het vond plaats op een bekende overlastlocatie van de gemeente, waardoor het ook onder de bevoegdheid van de boa’s valt. Nu konden ze de melding samen oppakken en aan de melder uitleggen hoe het zit met de verschillende bevoegdheden. Zo gaf de eerste pilotdag ons al een interessant inkijkje in wat inwoners nu werkelijk bezighoudt. Onze boa’s en wijkagenten voerden veel gesprekken en hebben hun rol vaak kunnen verduidelijken. Na afloop van de derde pilotdag evalueren we deze aanpak en kijken we naar een eventueel vervolg. Die aanpak krijgt nog vorm. Maar dat we in gesprek blijven met onze inwoners is wél zeker.” 

Bron: Toezine