Blog

Duizend ogen

Pieter Winsemius

 

Kort voor het zomerreces is minister Grapperhaus (JenV) bevallen van een reactie op het rapport van de Commissie Evaluatie Politiewet 2012, de zogenoemde Commissie Kuijken. Het is een goed geschreven tekst die handvatten biedt voor een betere wisselwerking van zijn ministerie – of eigenlijk ‘Den Haag’ – met de top van de Nationale Politie. Toch verdient de beleidsnotitie nadere aanvulling.  Zo komt het woord burger geen enkele keer voor in de tekst en ook de wijkagent komt nauwelijks aan de orde, om over BOA’s en particuliere beveiligers niet te spreken. Dat is een gemiste kans.

In veiligheidsland geldt immers het dogma van de duizend ogen. Indien in een bepaalde omgeving duizend ogen waken, wordt die omgeving bijna per definitie veiliger. Juist als hun signalen worden opgepikt door professionals aan de frontlijn zoals wijkagenten, maar zeker ook BOA’s. Aspirerende criminelen zullen hun kansberekening maken en bij een te grote pakkans met bijbehorende strafmaat andere bezigheden prefereren.

Gelukkig pakken vele frontlijnprofessionals de ruimte voor een eigen inkleuring bij het tegengaan van vooral kleine criminaliteit en het versterken van het gevoel van veiligheid van burgers. De lokale regelruimte is echter onvoldoende, de Commissie Kuijken oordeelt hard op dit punt. Bovendien bleek de eis dat de wijkagent in het nieuwe politiebestel 80 procent van zijn/haar tijd aan en in de wijk moet besteden tot dusver op zeer weinig plaatsen realistisch en haalbaar. Lagere overheden en particuliere instellingen vulden de gaten die zij zagen opdoemen met de aanstelling van een groot aantal BOA’s en particuliere beveiligers in vele kleuren en maten.

Er zijn echter veel betere resultaten te behalen door het planmatig sterkmaken van burgers en ‘hun’ frontlijnwerkers: een duizend-ogen plus plus benadering. Op papier is de sterkmaakformule simpel. Het begint met het in kaart brengen van de eigen kracht van burgers en hun netwerken: wat kunnen ze zelf aan en sluit dat aan bij hun behoeften? Daarna moeten zo nodig de gaten in het arsenaal van de burgers worden gevuld door de inzet van frontlijnwerkers. Die frontlijnwerkers moeten ook functioneren als verbinders met andere frontlijnorganisaties – denk aan scholen, wooncorporaties en welzijnswerk - en tevens met de tweede en derde lijn van meer gespecialiseerde dienstverleners. Bovendien dienen beleidsmakers top down in te grijpen indien de burgernetwerken en/of de frontlijnwerkers overvraagd zijn of sprake is van een maatschappelijke misstand.

BOA’s kunnen in zo’n opzet een grote rol spelen. Velen fungeren momenteel in de praktijk reeds als ‘sterkmakers’. Zij ondersteunen (groepen) burgers die zich inzetten bij het verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid, de fysieke en sociale infrastructuur, de zorg en het onderwijs in hun eigen omgeving. Het blijft echter versnipperd beleid, sterk wisselend per gemeente qua inzet en kwaliteit. Te veel vragen zijn ook onbeantwoord.

Wanneer gekozen wordt voor de inzet van BOA’s als professionele sterkmakers, dan dienen zij bijvoorbeeld te voldoen aan hogere minimumvereisten. In het BOA-Platform werd gesproken over een betere training voor verdachtenverhoor en het opstellen van een proces verbaal. Er werd gewezen op de noodzaak van een periodieke toetsing van hun bekwaamheden. Een keuze voor inzet als volwaardige professional vereist ook een landelijke uniformering met betrekking tot portoverkeer, het gebruik van C2000 en de werking van meldkamers. Zo’n omslag brengt onvermijdelijk hogere kosten met zich mee voor hun werkgevers en ook dat moet ‘geregeld’ worden.

Er zijn echter ook Grote Vragen die een antwoord behoeven van Haagse beleidsmakers. Wat is idealiter de relatie van BOA’s met de reguliere politie? Welke vorm van hiërarchie is nodig in geval van crisis en hoe wordt die bestuurlijk vorm gegeven? Hoe ook om te gaan met ‘groene BOA’s’  die naast een werkgeversbelang ook een publiek belang in het groen vervullen? Het zijn vragen die niet of slechts in zeer beperkte mate aan de orde komen in de overheidsreactie op het rapport van de Commissie Kuijken. Dat is meer dan spijtig; de gaande wildgroei op veiligheidsgebied vraagt op korte termijn om concrete beleidslijnen. De harde conclusies van de Commissie Kuijken bieden daartoe de opstap. De bal ligt op de stip en de minister mag de penalty nemen.